Jacht en Plezier in de haven van Halle


Het onooglijke buurdorp van Halle, langs de vaart vlak voorbij Tubeke gelegen, heeft een Port de plaisance. Dat is dus de plezierhaven van het Mooie Ittre; daar meren de plezierboten aan en sommige daarvan liggen maanden onaangeroerd in peis en vree te wachten op hun kapitein. Het plezier druipt er in barre wintertijden van af.

 

Passantenhaven Lier

In Halle, een fiere Brabantse stad, is het andere koek. Daar dromen sommige politici van een heuse jachthaven. Maar andere politici, deel uitmakend van de oppositie, zien alreeds een nachtmerrie opdoemen in de ochtendlijke nevel boven het kanaal: zulk een haven is alleen weggelegd voor enkele Halse miljonairs, daarvan zijn ze stellig overtuigd. Ge denkt er toch niet aan dat wij, als brave inwoners van de Mariastad, daar met ons zuur verdiende wedde gaan voor opdraaien?

Haven van Peruwelz.  Kalm op een kanaal en zonder miljonairs?

 

 Onze waterplezier expert op de redactie , de zachtmoedige maar niettemin gevreesde Saskia, nuanceert de werkelijkheid. Diepgravende analyse, beweert ze, legt andere waarheden bloot.

Er zijn nogal wat hindernissen. De Bospoortbrug in  afwerking belet jachten van enig formaat de toegang tot de zwaaikom aan de firma Denayer, varende vanuit Brussel en verderop uit Vlaanderen.  Vanuit het Walenland is de waterbak in Strépy  niet echt aantrekkelijk en dat hellend vlak in Ronquières is ook geen doetje in termen van afschrikwekkende hindernis.

 Vast staat, volgens Saskia, dat het fabeltje dat sommigen verspreiden, als zouden Albert en Paola met hun luxejacht de Alpa, de opening van de Halse haven met hun aanwezigheid vereren, compleet verzonnen is. Dat jacht staat te koop en dat kunnen de meeste Halse miljonairs (met één bekende uitzondering?) met hun al bij  al bescheiden portemonnee nooit zelf aanschaffen. 

Dat de zoon van Albert, onze huidige vorst, onlangs een nachtje in Tubize is blijven slapen, is zuiver toeval en heeft geenszins  het karakter van een discrete verkenningsopdracht van zijn vader.

Het is dus wachten op een mirakel om ooit die plezierhaven in Halle eigenogig te zien. Zegt Saskia. 

Even in alle ernst 

 Tot zover de fictie. In werkelijkheid is een mogelijke Halse plezierhaven een leuk ogende reeks van enkele aanlegsteigers waar plezierboten, zoals de doorsnee Hollanders er zo heel veel bezitten, kunnen aanmeren om drinkwater op te slaan en elektrische batterijen op te laden en proviand in te slaan en aan wal de benen even te strekken. De Halse commerçanten kunnen er dan een graantje van meepikken en er is wat leven in de brouwerij. Toerisme en Horeca kunnen mee profiteren, want die waterratten blijven niet op hun luie krent zitten. Net zo min als de kampeerwagenbezitters  op de Suikerkaai parking. 

Je kan het allemaal natuurlijk opblazen tot de buitenissige  proportie waarvan de bekende "meest kwetsbaren" de onvermijdelijke dupe gaan worden. Aan de Halse geesten die  van nature kritisch aangelegd zijn, om dat  te verhinderen.


 

Adelaar



Adelaar





Onze handen betastten het pakketje

waarin je ziel verborgen zat en evenzo een minuscuul bericht

een katte(n)belletje noemen we dat

waar hoop in woont en onbestemde weemoed

maar ook die felle fout tegen de Franse grammatica


In je kamer kijk je naar een foto die je muur verblijdt

en blijft en blijft

omdat nimmer immer iets verloren hoort te gaan

en zeker niet dat Aigletopje , Franse top, verkeerde maat

niet aangepast,

een late adelaar die  node jou verlaat.


















 







Het blauwe touwtje

 Een gedicht uit De onderkant, de nieuwe bundel van Anna Enquist.

Het blauwe touwtje

Leg de duizend dingen van de dode
op de tafel. Een hondenhalsband rood
als bloedkoraal. Injectiespuiten, herderstas.
Elk voorwerp vastpakken, bekijken, ordenen,
beschrijven. Je observeert, je voelt niets.

Duizend herinneringen in een tijdlijn
plaatsen. De herder slurpte rode wijn
met suiker; zijn hond piste op ons terras.
'Onder de steen leeft hij, de hagedis'.
Hij zei het vriendelijk. Het deed me niets.

Maar nu, bij de al jaren droogstaande
schapentrog, vind ik het blauwe touwtje.
Thuis in elke herdersbroekzak om een hek
te sluiten, een boom te markeren. Fel blauw,
als vroeger. Ik pak het op. En dan, ja, dan.


Anna Enquist (1945)
uit: De onderkant (Arbeiderspers, 2025)


•• Omslag: Marjo Starink / Niels Stomps. Foto: Bianca Sistermans.


.